De Tegels zijn afgelopen maand weer vergeven en hoe verrassend, weer viel geen freelancer in de prijzen. Daar zijn verschillende oorzaken voor aan te wijzen. Allereerst is er het aantal voordrachten van redactieleden dat het aantal freelance-inzendingen ruimschoots overschrijdt. Redacteuren denken nu eenmaal vaker aan redacteuren dan aan freelancers. Logisch en een verklaring ook, maar de belangrijkste?
Er speelt meer.
Want wat voor producties vallen steevast in de prijzen? Juist, langer lopende kwesties, dossiers, groot uitzoekwerk. Werk waar zelfs in deze zware tijden op redacties tijd voor vrijgemaakt wordt. Chefs kijken naar redacteursrendement, maar beseffen ook dat buitencategorie journalistiek buitensporig veel tijd kost. Freelancers werken zelden aan dit soort projecten. Zijn we niet goed genoeg? Zijn wij er voor de afdankertjes, de extraatjes en de opvulling van de lege vakken, de gaten in de stoep, het zand tussen de tegels? Zijn redacties bang om belangrijke kwesties uit te besteden? Of profileren we onszelf te weinig als meerwaarde, als correspondenten in eigen land, die tot in de haarvaten van ons grond- of vakgebied weten door te dringen?
Ik denk dat het laatste op zijn minst een rol speelt. We doen onszelf tekort. Als ik voor mezelf spreek: in de roes van goede ideeen, verzoekklussen en deadlines lever ik wel goed werk af (als ik mijn chefs mag geloven) maar echt onvergetelijk goede of belangrijke stukken zaten er niet tussen.
Natuurlijk speelt geld een rol: wil je een heel goed artikel schrijven dan kost het je zoveel tijd dat het voor freelancersbegrippen bij lange na niet meer rendabel is. Je moet dus of heel sporadisch heel goede artikelen schrijven, of heel veel gemiddelde. De meeste freelancers kiezen onbewust voor het tweede. Vaak wijzen we daarbij verwijtend naar de opdrachtgever: moet die maar niet zo slecht betalen. Maar maken we ons daarmee zo onmisbaar als we graag willen zijn? Zo waardevol dat chefs bij hun hoofdredacteur smeken om tariefsverhogingen, omdat anders de kwaliteit van hun bladen en kranten eronder lijden?
Ineens is daar het besef. Waarom zat ik ook al weer in een freelancerscollectief? Is dat niet dé uitgesproken constructie die het freelancewerk naar een hoger plan kan tillen? Het kantoor als hoofdkwartier waar ideeën ontstaan en worden aangescherpt? Waar stukken die al goed zijn, maar niet goed genoeg, in de week gaan, of door de mangel, om de ingedutte redactiechef van zijn stoel te doen opspringen? Zou dat geen tegelwijsheid zijn?

{ 4 comments… read them below or add one }
Ach, zie die Tegel gewoon als compensatie voor iets wat jij en ik al hebben: Onze vrijheid. Bij mijn weten is er ook nooit een tegel naar een medium als Ravage of – daarvoor – Bluf! gegaan. So what? Aik, als freelancer, schrijf voor m’n lezers, om aan een beetje ‘waarheidsvinding’ te doen – hoe relatief dat misschien ook is – en om mijn verhaal te kunnen vertellen. In ieder geval niet om prijzen te winnen. Dan was ik wel gaan sporten on kwizzen.
Het gaat mij ook niet zozeer om de prijzen, maar om de journalistieke kwaliteit en relevantie van de stukken die ik schrijf. Daarin zouden de beste freelancers niet moeten onder doen voor de beste redacteuren.
Zou Nieuwspost.nl een oplossing kunnen zijn om ook eens langer lopende klussen op te pakken?
Wat is een tegel als je geniet van je vrijheid?